De Snelheid van Tijd

12 Juli 2012
Waar ben ik? Wat voor dag is het? Ik kan me niet goed bewegen. Ik lig op de Intensive Care en voel me zo ziek als een hond. Binnen een mum vraag ik om de voor mij welbekend kartonnen bekkentjes, die ik de afgelopen 15 jaar bij elke ziekenhuisopname heb gebruikt om mijn vaak lege maaginhoud in te ledigen. Desondanks zegt een man in een witte jas me dat de operatie geslaagd is en dat ik, als alles goed ga, over een aantal dagen naar een andere afdeling mag.

Nog geen uur later, voor mijn gevoel, komen er weer een aantal doctoren aan, die me laten weten dat er toch iets niet helemaal goed is gegaan. Eén van de organen, de pancreas, blijft bloeden, zo zien ze aan één van de drie drains die uit me steekt. Ik zal terug moeten naar de OK. Eerlijk gezegd kan het me weinig schelen, want ik voel me nog steeds hondsberoerd.

Eenmaal terug op de operatietafel volgt hetzelfde liedje. Opnieuw narcose, opnieuw slapen, en opnieuw opereren. Gelukkig gaat de tweede keer goed. Het bloeden wordt verholpen en er lijken verder geen complicaties.

Wanneer ik voor de tweede keer wakker wordt, ben ik het hele tijdsbesef kwijt. Is het woensdag, donderdag, of misschien wel nog later? Aan de omgeving te zien kan ik weinig opmaken. Ver tegenover me ligt nog een man, die ik vanuit mijn bed net niet kan waarnemen. De kamer is donker en dus kan ik niet opmaken hoe laat het is. Bij navraag blijkt dat het donderdagmiddag is. Ik heb bijna anderhalve dag gemist door al die operaties. Gek hoe dat aanvoelt.

Vanaf dan lijkt de tijd erg snel te gaan. Binnen een dag mag ik van de IC af en verhuis ik naar de MC, de Medium Care afdeling, alwaar ik uiteindelijk mijn eerste hapjes mag kan nemen; gladgestreken aspergesoep en daarna nog wat Brinta. Een dag later vertrek ik ook van deze afdeling en verhuis ik naar de afdeling Heelkunde. Het lijkt allemaal supergoed te gaan en ik voel me behoorlijk euforisch. Later zou blijken dat dit voornamelijk te maken heeft met de pijnstillers die ik krijg…

De afdeling Heelkunde lijkt op een ‘normale’ afdeling, zoals ik ze ken: een kleine kamer, met een klein Tv’tje hoog aan het plafond geschroefd, een verrijdbaar kastje met twee laadjes erin en een uitschuifbaar plankje voor het eten, en tussen de vier muren een deur naar de, in dit geval, donkergroene badkamer. Een douche met gordijn rechts in de hoek, een wc links en voorin een wasbak met spiegel.

Hoewel ik nog met talloze drains en infusen vastzit, lijkt het erop dat alles voorspoedig verloopt. Wel voel ik dat met elke inspanning die ik lever ik nagenoeg energieloos ben en dan ook veel tijd nodig heb om bij te komen.

Mede op aanraden van verschillende verpleegkundigen krijg ik het advies om langzamerhand meer te gaan drinken. Mijn eetlust is nagenoeg helemaal verdwenen, maar zo af en toe een kopje thee of glas ijswater gaat er nog wel in. Helaas zijn mijn maag en darmen het daar nog niet echt mee eens; ze hebben al dagen stilgelegen en ze zijn niet van plan om spontaan op gang te komen. Het gevolg van het advies is dan ook erg ingrijpend: alles wat er in gaat komt er direct weer uit, plus meer.

Na de eerste dag weet ik het. Dit gaat nog een week duren. In de afgelopen vijftien jaar heb ik dit meerdere malen meegemaakt. Een misselijkheid die niet te stoppen valt en waarbij ik niets anders kan doen dan me eraan overgeven (letterlijk) en wachten totdat mijn maag gekalmeerd is. Omdat ik nog vastzit aan verschillende infusen, drains en andere slangen en kabels, en ook nog zit met een dertigtal krammen en hechtingen in mijn buik, is dit één van de zwaarste momenten van mijn hele opname hier.

Ik voel teleurstelling. Het ging zo goed en ik keek al uit naar mijn ontslag na een dag of tien. Maar nu, na krap een week, weet ik dat deze onstopbare misselijkheid me zeker nog een week gaat kosten. Hoewel mijn moeder bijna dagelijks langskomt, kan ze weinig voor me betekenen. Ik voel ook dat zij uitgeput is van het heen en weer reizen en dat ze zich machteloos voelt; er is hier niets anders aan te doen dan het uitzitten. Ik weiger verder ook enig ander bezoek.

De dagen gaan zo verschrikkelijk langzaam. Minuten lijken uren en uren zelfs een eeuwigheid. Ik lig de hele dag gekluisterd aan mijn bed, me miserabel voelend, brakend. Zo veel als mogelijk probeer ik te slapen, want dat is het enige wat het overgeven tijdelijk stopt. Elke dag maak ik een mentaal kruisje  dat de dag wegstreept. Vier dagen gehad, ik schat nog een dag of twee á drie. Maar na een hele week is er nog steeds weinig verandering en verlies ik langzaam hoop. Hoe lang gaat dit nog door?

Elke dag komen de specialisten langs en zien een hoopje mens omringd door slangen en apparaten die hem in leven houden. Ze overleggen of er niet nog een maaghevel bij moet komen, om het braken te stoppen. Ik hoor ze wel praten, maar voel er niets voor om nog een slang in me te hebben. Met alle kracht in me beargumenteer ik mijn pleidooi om deze situatie uit te zitten. Uiteindelijk sluiten we een compromis. Er komt geen maagsonde, maar wel nog een infuus in mijn nek, die onder meer vitaminen zal aanleveren. Wederom wordt ik met bed en al naar een operatiekamer gereden, alwaar ik onder lokale verdoving een groot infuus in mijn nek krijg aangebracht. De tweede al deze opname.

Na bijna anderhalve week is het ergste dan eindelijk voorbij. Het braken is gestopt. Mijn eetlust is weliswaar nog ver te zoeken, maar ik weet uit ervaring dat deze langzaam aan zal terugkomen. Ook de specialisten op de Nierafdeling zijn opgelucht en binnen een paar dagen mag gelukkig ook het infuus, dat voor de vitamines en andere voedingsstoffen zorgde, uit de ader in mijn nek.

Hoewel ik me nog erg slap voel, weet ik dat het einde van de opname hier in zicht is. In de dagen die volgen krijg ik wat fysiotherapie en doe ik mijn best om meer buiten mijn bed dan erin te liggen. Dat gaat goed. Op vrijdag 27 augustus, 18 dagen na mijn opname, krijg ik het nieuws dat ik naar huis mag. Hoewel mijn moeder het ontslagverhaal met angst aanhoort en zich afvraagt hoe ze het moet bolwerken, zijn de doctoren er gerust op dat het de eerste paar weken goed zal gaan.

Ik voel opluchting. Van alle operaties die ik gehad heb (nu 18 in totaal!) kan ik je zeggen dat dit werkelijk de zwaarste is geweest. Met het bericht dat ik naar huis mag voel ik nieuwe hoop, het begin van een nieuw leven, één in meer vrijheid, met meer bewegingsruimte en minder restricties.

Je mening telt

Vorige pagina Volgende pagina

About the Author Robert

Robert van der Wolk is internationaal spreker, trainer en life-coach. Met diverse boeken, eBooks en honderden artikels helpt hij mensen met een fysieke uitdaging om een onbegrensd leven te creëren. Met een lange geschiedenis aan fysieke beperkingen, waaronder Diabetes, nierfalen en extreme slechtziendheid weet Robert als geen ander hoe het is om met een fysieke uitdfaging te leven, waar grenzen verlegd kunnen worden en welke tools er nodig zijn om toch in een ultieme vrijheid te leven.

follow me on:

Leave a Comment:

50 comments
Add Your Reply