Bekijk de Wereld Eens Door de Ogen Van Een Kind - Robert van der Wolk
1

Bekijk de Wereld Eens Door de Ogen Van Een Kind

Over aktetassen, ordners en raceauto’s

Afgelopen week raasde ik als een dolle door mijn huis op zoek naar mijn sleutels. Te laat, dus te weinig tijd en lichtelijk gefrustreerd omdat ik me weer eens had verslapen. Terwijl ik op zoek was naar mijn sleutels voltrokken in mijn gedachten zich al de vervolgstappen die ik zo gewend was om tot mijn doel te komen: deur dicht, route naar het station, kaartje stempelen, sneltrein, ziekenhuis en zitten.

Helaas was de weg richting het station opgebroken en moest ik een alternatieve route nemen. Daardoor kwam ik ook aan de andere kant van het station aan. Hierdoor moest ik ook nog even mijn oriëntatie vinden en eer ik wist waar ik precies was, mijn kaartje had afgestempeld en het juiste spoor had gevonden, hoorde en zag ik de schimmen van de rode lampen van de trein in de verte verdwijnen.

Het geluk is, dat ik een paar minuten later nog een trein kan nemen die me naar Beverwijk kan rijden, echter wel een stoptrein. Niet erg, ik ben er dan gewoon iets later.

Ik ben het zo gewend om dit traject met de trein te rijden. Elke twee dagen, drie keer per week, het hele jaar door. Ik ken de treintijden uit mijn hoofd, de sporen en in sommige gevallen herkende ik zelfs de conducteurs omdat ze weer hetzelfde ‘rondje om de kerk’ deden. Toch was het deze keer iets anders.

Toen de trein bij station Bloemendaal stopte, zag ik door het raampje zeker een vijftigtal kinderen van zo’n jaar of vier of vijf staan. Schreeuwend, vol spanning en opwinding. Moeders en vaders stonden erbij, waarvan sommige snikkend.

Luidkeels en stommelend naar de verdieping boven mij hoorde ik de kleine mensjes hun plaatsen nemen. Een enkeling die nog met de juf of een begeleider meeliep alvorens de conducteur op zijn fluitje blies, de trein haar deuren sloot en zich langzaam aan in beweging zette.

Eén van de gedachtes die in me opkwam was dat ik me afvroeg hoe een kind de wereld ziet. Een flashnack naar mijn eigen jeugd ontsproot en ik herinnerde me een moment waarop niets vanzelfsprekend was. de wereld was een ontdekking en ik maakte bijna dagelijks de tocht naar onbekende gebieden.

Zo wist ik niet wat een aktetas pof een ordner was. Nu moet ik erbij zeggen dat het op zichzelf niet bijzonder is dat een jong kind dergelijke woorden niet kent, maar het verhaal krijgt een staartje: Mijn broer en ik groeiden op in de jaren ’80. Rond dit decennium was het nog niet echt geaccepteerd noch was het gewoon dat kinderen van een jaar of vijf á zes scheldend door het leven gingen. Tegenwoordig lijkt het wel alsof het grote ‘K’-woord, andere levensbedreigende ziektes alsmede geslachtsgemeenschap op incestueuze wijze tot de norm van een gesprek of dialoog behoren.

Enfin, mijn broer en ik waren niet onbekend met de toenmalige hippe scheldwoorden en we gebruikten die dan ook volop, tot grote ergernis van mijn moeder. Mijn toenmalige buurman Ome Toon wist hier wel raad mee. Hij adviseerde mijn moeder om twee doodnormale woorden als aktetas en ordner in te voeren in ons bewustzijn als zijnde de vreselijkste scheldwoorden die er maar bestonden.

Bij het horen van dit idee was mijn moeder direct verkocht en bij de eerstvolgende keer dat mijn broer en ik weer eens scheldend door het huis renden plukte mijn moeder mij er tussenuit en liet me weten dat de scheldwoorden die ik gebruikte weinig voorstelden. Verbaasd en ietwat argwanend tegelijkertijd reageerde ik en vroeg of zij dan wel scheldwoorden wist die beter waren. ‘Ja zeker!’, zei ze vlot. Maar dit woord is zo erg, dat je mag het aan niemand vertellen.’ Ik beloofde mijn moeder het eeuwige zwijgen en weldra kreeg ik dat meest vreselijke woord wat er maar bestond te horen: Aktetas.

Binnen een minuut riep ik door het huis zo hard als ik kon het woord ‘aktetas! Aktetas!’ te roepen naar mijn broer, die ietwat verbouwereerd keek. Maar omdat hij het woord ook niet kende en ik hem had uitgelegd dat ‘aktetas’ het meest vreselijke scheldwoord ooit was, werd hij gedwongen op zoek te gaan naar een passende repliek. Wederom kwam mijn moeder met een passende oplossing: ‘ordner’.

Ik vraag  me nog wel eens af hoe mijn moeder gekeken moet hebben en waarschijnlijk hoe ze haar uiterste best moest doen om haar lachen in te houden toen mijn broer en ik schreeuwend door het huis ‘aktetas’ en ‘ordner’ tegen elkaar riepen.

Pas vele jaren later ontdekte mijn broer de ware betekenis van het woord ‘ordner’. Na het verlaten van de basisschool en bij het starten van de middelbare school behoorden nieuwe schoolspullen. Deze vond hij bij de V&D, waar hij ook het reclamebord ‘ordners: twee halen, één betalen’ vond. De ontsteltenis die hij voelde toen hij dit woord tegenkwam! ‘Mam, ze hebben hier ‘ordner’ op een bord geschreven!’

Ook de trein was voor mij een groot avontuur, want we gingen niet vaak met de trein. Hoewel mijn vader fulltime werkte en mijn moeder een eigen autootje thuis had staan, kwam het toch nog wel eens voor dat we de trein in stapten om samen een klein reisje naar een vriend of vriendin van mijn moeder te maken.

Elke keer als we dit deden vroeg ik me dan altijd weer af waar we waren, en hoe de machinist wist waar hij was. De verwondering dat je met een trein niet kon verdwalen omdat hij vastzat op een rails was dan ook enorm en ik heb me altijd al afgevraagd hoe het dan kwam dat mensen hun trein misten. Hij kon toch geen kant op? Waarschijnlijk was dit de oorsprong van de lichte stress die ik elke keer weer voel (tot op de dag van vandaag) als ik met de trein een nieuw traject onderneem. … wat als ik mijn halte mis?

Afgelopen weekend heb ik een nieuwe vriendin ontmoet. Een leuke dame met wie ik in de afgelopen weken via Facebook een leuke email uitwisseling opzette. Deze dame heeft een kind, een jongetje van vier jaar. Een fantastisch en superslim kind; zo leert hij op dit moment het gehele menselijk lichaam te benoemen in het Latijn!

Bij onze ontmoeting klikte het wel en we hebben elkaar een aantal keer gezien in de afgelopen dagen. Daarbij was de kleine deugniet uiteraard ook aanwezig. En hoewel ik geen kleine kinderen in mijn directe omgeving heb, vond ik het een zeer bijzondere ervaring om toegelaten te worden inn de belevingsewreld van deze kleine deugniet. We speelden samen met raceauto’s, hebben op klimrekken geklommen en zijn zelfs naar de kinderboerderij geweest om geitjes te aaien.

Wat me opviel is dat de fantasie van dit kereltje eindeloos is. Of je nu één klein autootje in je handen hebt en bedenkt dat je erin kunt stappen, of dat je verstoppertje speelt in een houten huisje aan een klimrek en je inbeeldt dat je op een afgelegen eiland in het midden van de oceaan zit – de wereld is één grote speeltuin en jij bent de schepper daarvan. Niets is zo flexibel en veranderlijk als de omgeving van je fantasie.

Het moraal van dit verhaal is dat als je de wereld door de ogen van een kind kunt zien de wereld ineens helemaal niet zo vanzelfsprekend meer lijkt. Vooronderstellingen en aannames over hoe de wereld is en functioneert lijken ineens minder voor de hand liggend en je natuurlijke nieuwsgierigheid neemt met rassen schrede toe.

Overtuigingen en beperkende overtuigingen verdwijnen meer naar de achtergrond en als je al een overtuiging hebt dan kan die net zo makkelijk veranderen als dat hij in je opkwam.

Vaak wordt gezegd dat de wereld verbeterd moet worden. Dat ‘ie veranderd moet worden, omdat we zo echt niet meer verder kunnen. Dat we leven in een maatschappij en in een wereld waarin de mens ontheemd raakt van zijn eigen soort. Waarin dieren worden gebruikt voor massaconsumptie en waarin het kapitalisme ons mondiale brein als een ziekte geïnfiltreerd heeft en ons blind heeft gemaakt voor de gevolgen van het leven in een consumptiemaatschappij.

Er wordt veel over gespeculeerd wat dan de beste manier is om dit te doen en een ieder heeft zo zijn of haar eigen idee.

Maar in hetzelfde daglicht kun je ook zeggen dat we al bezig zijn met die verbetering. Dat er honderden, zo niet duizenden initiatieven zijn om de wereld, onze wereld en daarmee ook ons menselijk ras te ‘evolueren’ naar de volgende niveau. Eén waarin de carpe diem-mentaliteit niet betekent dat je niet verder kijkt dan wat vandaag te bieden heeft, maar waarin je ook bezig bent met het zaaien van nieuwe ‘dies’.

Met de overtuigingen dat de wereld een slechte invloed heeft op onze nieuwe generaties komen we niet tot de beste resultaten. Met de overtuiging dat we al een flink eind op weg zijn om naar een cohesief menselijk bewustzijn te komen wel. Door die overtuigingen te denken versterk je ze tot een gewoonte. En zoals Ghandi ooit al eens zei: ‘…habits become destiny’.

Bekijk de wereld eens vanuit een ander perspectief dan dat je gewend bent. Problemen worden zo makkelijker oplosbaar. Zo zul je zien dat er altijd meerdee kanten aan de waarheid zijn. En zeg nou zelf, in wat voor wereld leef je nou het liefste?

Op sons succes,

Robert

 

Je mening telt
Deel dit artikel
Robert
 

Robert van der Wolk is internationaal spreker, trainer en life-coach. Met diverse boeken, eBooks en honderden artikels helpt hij mensen met een fysieke uitdaging om een onbegrensd leven te creëren. Met een lange geschiedenis aan fysieke beperkingen, waaronder Diabetes, nierfalen en extreme slechtziendheid weet Robert als geen ander hoe het is om met een fysieke uitdfaging te leven, waar grenzen verlegd kunnen worden en welke tools er nodig zijn om toch in een ultieme vrijheid te leven.

  • Actual search schreef:

    My brother recommended I may like this blog. He was entirely right.
    This publish truly made my day. You can not consider
    just how much time I had spent for this information! Thanks!

     
  • >