De Druk Van Totale Leegte Ervaren - Robert van der Wolk
5

De Druk Van Totale Leegte Ervaren

 

Terwijl ik naar buiten kijk door het dikke plexiglazen raampje van een intercity trein naar Maastricht, valt het me op dat de zon onder is gegaan. Het is donker, maar in de overvolle coupé schijnt het felwitte Tl-licht op mijn zwarte wollen trui en mijn glanzend aluminium Apple laptop die op mijn schoot ligt. Naast me zit een man te slapen, die even ervoor nog brutaal mijn rugtas van de stoel naast me op de grond  liet vallen. Ik voel me overvol en leeg tegelijk.

Mensen bellen met hun mobiele telefoon en ik hoor gepiep van sms’ende mensen. Stemmen van allerlei culturen en dialecten van alle uithoeken van het land, zo lijkt het wel. Het is bijna te donker buiten om nog wat te zien. Ik zie enkel nog de weerspiegeling van de binnenkant van de coupé in de ramen.

Op mijn oren hoor ik Stephen King zijn visie vertellen over het schrijven van boeken, en ik probeer zo lang mogelijk mijn aandacht vast te houden op zijn monotone stem. Dat lukt aardig, totdat ik over één van de vele bruggen van het traject heen dender. Mijn concentratie om te schrijven is weg, en de twee en een half uur die ik in totaal onderweg ben lijkt qua werktijd of andere zinvolle tijdsbesteding verloren te zijn gegaan.

Ik kan niet denken. Meestal zijn mijn gedachten nog zo gedirigeerd, dat op het moment dat ik me ergens op focus tijdens zo’n reis, ik mijn gedachten kan trechteren in die bepaalde richting. Maar vandaag is dat niet zo. Mijn hoofd doet het al drie dagen niet meer, en ik merk dat er een interne emotionele druk zich aan het opbouwen is in mijn lijf.

Vanmorgen voelde ik het al tijdens mijn bezoek aan het dialysecentrum. “Goed weekend gehad?” vroeg één van de verpleegkundigen. ‘Ik wil er niet over praten’, antwoordde ik. ‘Sterker nog, ik wil helemaal niets meer zeggen’, zei ik er nog achteraan. Ik wilde er ook niets over zeggen, in verband met de sympathieke goedbedoelde en welgemeende betuigingen. Ik wilde met rust gelaten worden. Niemand hoefde wat te gen me te zeggen. En ik wilde ook even niets tegen wie dan ook zeggen.

Even voor Eindhoven word ik uit mijn niet-denken gehaald. Het is de stem van de machinist. Vanuit een achtergrondachtig geroezemoes lijkt het alsof de wagon voorzien wordt van nieuwe batterijen en de radertjes van de mensen in het treinstel beginnen te draaien. Eenmaal bij stilstand verlaat ongeveer de helft van de coupé, of misschien ook wel meer dan dat, de trein en in de luttele seconden die daarop volgen voel ik me op mijn gemak. Ik ben op dit moment geen gezelligheidsmens. Het  liefste zou ik in een bubbel zitten waarin ik afgesloten ben van de buitenwereld, alleen met mijn gedachten, ook al zijn die gedachten niets.

De snurkende man naast me is opgestaan en ik zou nu mijn benen weer wat vrijer kunnen bewegen, mijn rechte houding – naar voren kijkend naar de achterkant van de stoel voor me – terugzetten naar een schuine waarin ik anderhalve stoel inneem en mijn tas weer zou kunnen terugzetten op de lege stoel naast. Me. Maar ik doe het niet. En daarmee geef ik onbedoeld of onbewust ook wel een signaal af dat er iemand naast me kan komen zitten.

Ik heb ooit wel eens gehoord over romances die zijn ontstaan in de trein. Persoon A zit op plek X in één van de wagons en persoon B komt op plek Y, naast of recht tegenover plek X zitten. Als gevolg van een simultane actie – tegelijkertijd iets in het prullenbakje willen gooien, of beiden een interessant boek lezen – ontstaat er dan een gesprek, waaruit in één keer alle mogelijkheden open liggen.

Bij mij zal dat niet zijn, simpelweg omdat ik er nu niet voor opensta. Ik heb teveel aan mijn hoofd, en als er al iets is waar ik aan wil denken, dan is het niets. Dat gaat me tot nu toe goed af.

Ik kijk weer eens nar buiten. Zie hetzelfde. De weerkaatsing van de binnenkant van de coupé, en daar voorbij de donkerte van de novemberavond, gevuld met de lichtjes van huisjes, lantaarnpalen en andere lichtbronnen. Af en toe wordt ik zachtjes heen en weer geschud, als een baby dat door zijn moeder in slaap wordt gewiegd. Het kalmeert me, en zorgt voor een state of mind waarin ik eigenlink meer tot rust kom dan dat ik zou willen of kunne toegeven. Als ik nu mijn ogen dichtdoe, dan slaap ik.

Het lijkt wel alsof deze treinreis een reis door de tijd is. het verleden achter me latend, de toekomst, nee het heden tegemoet rijdend. De wereld is niet meer hetzelfde. Hoe kan het ook? Met dat wat er afgelopen weekend heeft plaatsgevonden, kan ik me niet voorstellen dat er iemand is die op dezelfde manier zou doorgaan met zijn leven.

Ik ben een optimist. Al bijna tien jaar. Na zo’n twintig jaar een pessimist en een middelmatige levensgenieter te zijn geweest vond ik het rond 2002 tijd om een verandering te maken. Niet wetende echter wat er voor me zou liggen ben ik blij dat ik die keuze heb gemaakt. Anders was ik nu al lang depressief geweest, of erger nog, nou ja, je begrijpt wat ik bedoel.

Maar het lijkt wel alsof het leven, God, Allah of het Universum na het maken van die keuze een spelletje met je begint te spelen. ‘Jij denkt dat je positiviteit aankan? Let’s test it!’ nadat ik eerst bijna volledig blind geworden ben – na een struggle van twee jaar – gaat mijn overgebleven gezondheid er verder op achteruit, en begeef ik me vanaf 2005 in het land zonder licht. Ik krabbel op, want ik ben geen quitter, behaal zelfs hoogtepunten, zoals het starten van een studie die ik exact vier jaar later afrond. Maar het lijkt wel alsof het leven op de langere termijn zwaarder wordt naarmate ik meer positiviteit in mijzelf ervaar. Meer tests, meer barricades, meer hordes.

2010 spant de kroon wat die uitdagingen betreft. Als ik had geweten wat voor een jaar dit zou worden, dan had ik misschien wel heftiger maatregelen getroffen. Maar ik wist het niet. Ik had het ook niet kunnen weten, en waarschijnlijk als ik het geweten had, dan had ik hetzelfde gehandeld. Want het leven is niet te plannen. Dat heb ik wel geleerd. Leef in het moment. Geniet zoveel je kunt genieten en ervaar ten volste dat wat je kunt ervaren.

Ooit had ik voor een paar maanden een vriendinnetje die aan de antidepressiva zat. Het was in de tijd van mijn overdreven positieve hoogtijdagen en ik was zo vol van mezelf dat ik wel dacht dat ik haar in no time van die antidepressiva kon afhelpen. Ik kwam van een koude kermis thuis, en ik heb daaruit geleerd dat je het leven van iemand die ervoor kiest om geen dalen (en dus ook geen pieken) in het leven meer te ervaren niet kunt veranderen naar iemand die weer durft te voelen. Die verandering komt vanuit de persoon zelf. Wat ik daar zelf uit geleerd heb is dat ik zoveel als mogelijk wilde genieten van de momenten die zouden komen. zoals ik al eerder zie: je weet pas wat je hebt als je het niet meer hebt. En dus doe je er het beste aan om vandaag te genieten van dat wat je vandaag ervaart.

Ik zie huisjes met lichtjes. Stilstaande auto’s, en als ik even vluchtig boven de hoofdsteunen uitkijk zie ik de mensen en kinderen in de coupé. Het is een drukke maandagtrein. Een ieder van deze mensen, en zo ik ook, leeft in zijn of haar eigen wereld, met zijn eigen gedachten, zijn eigen belangrijke gebeurtenissen en personen. Het is die wereld die blijft draaien zolang de wereld buiten hen niet afwijkt van het geroutineerde pad; de automatische piloot. Die automatische piloot die zorgt voor stabiliteit en planning. Een irreële wereld waarin we denken dat we controle hebben over dat wat we denken te snappen.

Sittard komt dichterbij. Ik voel het. Nog even en dan is mijn gedenk aan niets voorbij en meng ik me in de stroom van mensen die het station verlaat, op weg naar hun huis, hun geliefde of hun familie. Voor hen wiens eindbestemming Sittard is, zal de avond hoogstwaarschijnlijk in een automatisch proces vallen. Als twee radertjes van een mechanisme, die feilloos op elkaar zijn ingespeeld en goed blijven werken. Totdat één van de tandwieltjes broos wordt en afbreekt. Onze wereld draait op de kracht en de stevigheid van die tandjes.

Mijn wereld draait niet meer. Mijn gedachten staan in survival mode en mijn emotie is door mijn ratio verstoten. Ik voel de energie met elke zucht uit me gaan en als ik er slechts voor een moment stil bij blijf staan voel ik dat ik eigenlijk te moe ben om nog de hele week door te gaan. Het is de fysieke vermoeidheid die het gevolg is van de emotionele veldslag. Al na twee dagen. En dat zullen er nog wel meer worden.

Sittard is in zicht, althans voor de machinist, want hij roept mijn eindbestemming om. Ik neem afscheid van de helder verlichte coupé waarin slechts nog enkele mensen zitten die weldra hun huisje of geliefde zullen vinden en de nacht in comfort, gemak en ontspanning zullen doorbrengen. Geen grote zorgen. Geen ruzies. Geen ziektes. Waarschijnlijk magnetronmaaltijden of Vlaamse frietjes met mayonaise en satésaus en gehakte ui. En misschien een biertje, want ook al is het maandagavond, een biertje gaat er altijd wel in.

Zelf drink ik niet meer. De laatste keer dat ik iets alcoholisch dronk vond ik mezelf de ochtend erop hangend over een rode plastic emmer, in een twee keer zo hoog tempo de cocktails eruit spugen als dat ze de avond ervoor in gingen. Het is weer een van de vele keuzes die ik niet meer hoef te nemen, het wel of niet drinken.

Dat was vroeger wel anders. Voordat ik erachter kwam dat het leven, mijn leven om mij draaide, en niet om iemand anders, ging ik op in de onuitgesproken verlangens van anderen. Ik interpreteerde of haalde me voor de geest de woorden die zij gezegd zouden kunnen hebben als ik er wel of niet bij geweest zou zijn. Woorden die ervoor zorgden dan, dat ik mijn eigen grenzen verlegde, grotendeels omdat ik me niet voor minder wilde voordoen, maar misschien nog wel meer omdat ik ‘erbij’ wilde horen.

Erbij. Wanneer hoor je er nou echt bij? En waar hoor je dan bij? Uiteindelijk doen we allemaal ons best om aan de ene kant ergens bij te horen, zodat we samen sterk staan en een gevoel van saamhorigheid hebben. Aan de andere kant zoeken we ook de uniekheid in ons, roepen we dat wij iemand zijn waar er geen 13 van in een dozijn gaan en trachten onszelf uit de grijze massa te halen door in kleur te leven.

Maar we vergeten dat we allemaal tot de grijze massa behoren. Een ieder op ons eigen vlak, en in sommige gevallen zelfs meerdere vlakken. We leven als één grote familie van het mensenras, waardoor we eigenlijk niet meer kunnen spreken van uniekheid. En toch zijn we het wel, omdat een ieder van ons een unieke code bezit, die – voor zover wij weten – door geen enkel ander levend organisme op deze planeet wordt bezeten.

Authenticiteit vind ik belangrijk. En de man van wie ik dat waarschijnlijk nog het mest en het best heb geleerd is mijn vader. Hij is een zeer aparte man, met zijn eigen gebruiken, zijn eigen tradities en zelfs zijn eigen vocabulaire. Een simpele, maar tegelijkertijd ontzettend complexe man. Een man die zegt wat hij denkt, als hij dat wil tenminste. Een man van weinig woorden. Maar ook een man die laat zien wat hij voelt. Zonder het zelf te beseffen denk ik wel.

Ik herinner me een vakantie met een vriend en mijn ouders. Die vriend en ik reden toen in zijn auto naar het vakantiehuis van mijn ouders in Frankrijk, en mijn ouders reden in hun eigen auto dezelfde route. Hoewel we tegelijkertijd vertrokken waren uit Nederland, kwamen wij jonge binkies veel eerder aan op de plaats van bestemming dan mijn ouders. Logisch ook, want jongeren rijden over het algemeen nu eenmaal sneller dan ouderen.

In de uren dat wij nog met z’n tweetjes waren zorgden we ervoor dat de luiken die voor het raam het licht buiten hielden open gingen, draaiden de waterkraan open in de voortuin en ontdeden we de badkamer en enkele andere kamers van de dode plattelandsinsecten die zich hadden genesteld in de afvoerpijpen van het huis. Omdat het huis in een natuurgebied staat dat zo groot is als Noord-Holland en er nog geen tien huizen in het dorpje staan waar wij wonen, is het een walhalla voor kleine en grote beestjes om zo af en toe eens een kijkje te nemen wat er binnen de vier metersdikke betonnen muren allemaal afspeelt.

Het was zeker 35 graden. Misschien had het zelfs wel die temperatuur in de schaduw. Hartje zomer. We hadden net in krap 8 uur tijd drie landen doorgekruist en we waren wel toe aan wat ontspanning. De hangmatten werden dus uit de schuur gehaald en met een biertje dat we een paar kilometer terug in de lokale supermarkt hadden gekocht nestelden we ons neer in de luie katoenen hangmatten die mijn ouders een keer tijdens een aanbieding bij de Aldi hadden gekocht voor een prikkie.

Ik denk dat we zeker twee tot drie uur hebben gerelaxed voordat mijn ouders eraan kwamen en het was heerlijk. Bij het arriveren van de blauwe Fiat stationwagon kwam er weliswaar een einde aan de ontspanning, maar tegelijkertijd was een beetje leven in de brouwerij allesbehalve hinder. We zouden de rest van de week nog genoeg stilte en rust ervaren. Bij het uitpakken van de auto kwamen mijn vriend en ik erachter dat mijn ouders vast en zeker pelgrims geweest moeten zijn, want de hoeveelheid bagage en spullen die uit de auto het huis in gedragen moest worden bleek gigantisch. Koffers, tassen, verhuisdozen, etenswaren, teckels en toebehoren, en dan ook nog de spullen die hier naartoe verhuist werden, zoals lampen, stoeltjes, bestek, glazen. Het kon niet op.

Er was dan ook geen betere beloning om na deze volksverhuizing weer te gaan hangen in de hangmatten en nog maar een biertje open te trekken.

Mijn vader heeft de neiging om de eerste tien minuten van een kennismaking buitengewoon sociaal te zijn, je de oren van je kop te vragen over hoe het met je gaat en vervolgens zich uit de voeten te maken en de rest van de tijd zich afzijdig te houden van het gezelschap. Omdat mijn vader een in zichzelf gekeerde ma is, is dit over het algemeen een prima strategie om wel iemand gastvrij te verwelkomen en vervolgens zijn eigen plan te trekken ten aanzien van sociale contacten.

Vanuit mijn luie hangmat zag ik mijn vader naar buiten lopern, die zich had omgekleed en enkel een katoenen korte broek met flapzakken op de bovenbeen en imitatieleren sandalen droeg en zich op een klein klapstoeltje liet neervlijen om zo een paar hete zonnestralen te absorberen. Ik was niet de enige die dit schouwspel bemerkte want later die dag zou ik van mijn vriend hierover vragen krijgen.

Begrijp me goed. Mijn vader is een forse man van zo’n 90 kilo en een paar jaar terug woog hij zelfs tegen de 120 kilo! Met zijn Kerstmanachtige buik die grotendeels over zijn broekriem hing was hij werkelijk een karikatuur voor velen, en dus ook voor mijn vriend. “Ziet hij er altijd zo uit?” en “gedraagt hij zich altijd zo?” waren enkele vragen die behoorden tot de markante observatie van die middag: een man van begin 70 in een korte broek met sandalen en een hele dikke buik, op een klapstoeltje in de zon. Mijn antwoord was ‘Ja. Dit is nou de werkelijk authentieke kant van mijn vader.’

What you see is what you get. En bij mijn vader is dat nu precies het geval. Hij geeft niet om imago of merkkleding. Voor hem moet iets praktisch zijn, betaalbaar en simpel. Wat dit laatste betreft denk ik dath ij zichzelf ook zo ziet. Simpel. En dat is precies wat ik nu, na al die jaren, het meest in hem waardeer; het feit dat hij zich niet voordoet als een beter persoon, als een ander dan wie hij zou kunnen willen zijn. Ik ken maar weinig mensen die dat echt kunnen, maar mijn vader is er daar wel eentje van.

Die authenticiteit heb ik nu ook, toen ik besloten had om mijn leven te leiden zoals ik dat wil en niet meer mezelf te confirmeren aan wensen van anderen als ik mezelf daarin niet wil confirmeren. Zoals mijn vader is het nu ook bij mij: what you see is what you get. En ik moet zeggen dat de eeste keer dat ik voor een keuze kwam te staan het ontzettend goed voelde om bij mijn eigen wensen te blijven. Een soort overwinning op mezelf. Die keuze toen zorgt er nu voor dat de keuzes die ik nu maak een stuk makkelijker zijn, omdat de wens om te voldoen aan andermans wensen er nagenoeg niet meer is. ik hoef en wil alleen nog maar primair voldoen aan de wensen van mijzelf.

Sittard station is een lelijk station. Er is geen levendigheid zoals bij het Centraal Station in Amsterdam, en de historie van het station zoals bij het station in Haarlem ontbreekt ook. Modern is het. Koud, kil en ik voel me er dan ook lettelrijk in de kou staan als ik op het perron sta te wachten wanneer ik weer naar huis ga. Met een handjevol mensen loop ik de trap af, neem de verkeerde afslag en corrigeer noodgedwongen mijn foutieve keuze teneinde de uitgang te vinden, alwaar ik wordt opgewacht met een auto. Ik ga naar huis. Mijn ouderlijk huis wel te verstaan.

Het is zo’n twintig minuten rijden en de blauwe Fiat stationwagon is nog altijd een herkenningspunt voor me, waar dan ook. Ook in de auto zelf, waar het ruikt naar hond en waar de pepermuntballen, nootjes en waterflesjes verstrooid door de cabine liggen is een fijn gevoel van herkenning.

Het zijn juist nu de zintuiglijke waarnemingen die de boventoon voeren. Emotie is nog altijd geblokt en ratio geeft alleen de signalen door die als praktisch of informatief worden bestempeld. Ik verwacht dat deze avond snel voorbij gaat en in principe doet dat het ook. Bij aankomst wordt ik begroet door de twee minihondjes, waarvan de ene al grijze wenkbrauwen heeft gekregen. De lieve schat is ook al 9 jaar oud en madam gedraagt zich er wat dat betreft dan ook maar naar. Wanneer ze op de bank ligt en ik geef haar een aai over haar bol, dan wordt dat schoorvoetend toegestaan. Andere gebieden, zoals haar rug, haar buik zijn schemergebieden en haar achterpoten, inclusief dijbeen is ronduit verboden gebied. Een luid gebrom en enkele luchthapbewegingen duiden erop dat mevrouw hier niet op gesteld is en dat ik ervan af moet blijven. Tja, ook kleine beestjes worden oud denk ik, en dan is de kans aanwezig dat er gebreken ontstaan.

Nog vijf dagen te gaan en dan is het zover. Het moment nadert en ik weet dat deze horde genomen moet worden. De voorbereidingen zijn in volle gang en ik ben blij dat ik steun heb aan de familie. Ik vind het ook wel een privéaangelegenheid, en ik stoor me er dan ook zo nu en dan aan dat er mensen zijn die zich ermee willen bemoeien. ‘Hou op, scheid uit, doe niet!’ zou mijn moeder gezegd hebben. Maar ja, zoiets kan ik natuurlijk niet maken. Of het nu de buren zijn of de personen aan de andere kant van de telefoon, het is goedbedoeld, en dat is iets wat ik sowieso goed voor ogen moet blijven houden. Zij zijn degene die ik later nodig zal hebben en dan is het niet slim om ze nu af te blaffen.

Ik voel nog steeds dat de stress zich opbouwt. Hoe goed ik ook slaap, hoe lang ik ook slaap. Ik hoop dat dit snel overgaat.

De terugweg is makkelijker. Om te beginnen al is de trein en stuk leger en dat zorgt er in ieder geval voor dat ik niet hutje mutje zit en enkel naar een snurkende buurman of de duisternis buiten de trein hoef te kijken. Ik zit relaxed en ik kan met gemak een tweepersoons stukje claimen en mezelf settelen. In stilte raast de wereld buiten de raampjes aan me voorbij. Hoewel ik al weer op mijn retour ben weet ik dat dit slechts het begin is.

Eerst alle praktische zaken regelen, dan pas kan mijn rationele ik de rust vinden om mijn emotionele ik toe te staan zijn volledige kracht te laten ontwaken en vertonen.

Mijn vader is zaterdag 13 november overleden. Na een operatie op woensdag aan zijn aorta en en het plaatsen van een stent in een ader in zijn bovenbeen leek het allemaal goed te gaan. Hij ontwaakte, voelde zich een beetje misselijkm aar verder oké. Donderdag ging voorspoedig voorbij en ook de vrijdag was hij volledig bij zinnen, at weer en lachte zelfs. Keek uit naar zijn ontslag en had al weer een hoop plannen om met mijn moeder naar hun vakantieadres in Frankrijk te gaan. Nog lekker even voor de extreem koude winterdagen, lekker genietend van de open haard, een glas rode wijn en goed gezelschap. Maar het mocht niet baten, want een onverwachte hartstilstand als gevolg van een hartritmestoornis maakte een einde aan zijn leven, omstreeks 07:00 uur in de ochtend.

Nog geen twee uur ervoor was er nog een verpleegkundige langsgekomen en alles leek in orde. Een uur later was de medepatiënt met wie hij zijn kamer deelde nog naar het toilet gegaan en ook hij had geen abnormaliteiten gezien.

Hij is in stilte gegaan.

Ik ben een schrijver. Ik schrijf voor mijn plezier. Het is mijn passie. Maar ook mijn uitlaatklep. Ik weet nog niet hoe het de komende dagen zal verlopen, maar kijk niet raar op als er nog meerdere berichten komen. ik doe dit om mijn gedachten en gevoelens te kunnen ventileren. Het gaat me niet om een stil verlangen om reacties of sympathie, maar primair om datgene op te schrijven wat me bezig houdt. De marathon gaat daarom dan ook door, zij het in een vorm die ik niet had geanticipeerd.

Maar ook de dood hoort bij het leven, en hoewel het niet één van mijn favoriete onderwerpen is, wil ik het toch voorbij laten komen.

Deze blog, en ook de andere die tot dit thema behoren schrijf ik, zodat je er zelf misschien iets uit kunt halen voor jezelf. Een inzicht, een gevoel, een gedachte. Wat dan ook.

Robert

 

Je mening telt
Deel dit artikel
Robert
 

Robert van der Wolk is internationaal spreker, trainer en life-coach. Met diverse boeken, eBooks en honderden artikels helpt hij mensen met een fysieke uitdaging om een onbegrensd leven te creëren. Met een lange geschiedenis aan fysieke beperkingen, waaronder Diabetes, nierfalen en extreme slechtziendheid weet Robert als geen ander hoe het is om met een fysieke uitdfaging te leven, waar grenzen verlegd kunnen worden en welke tools er nodig zijn om toch in een ultieme vrijheid te leven.

  • Bo schreef:

    Hai Koekie,

    ..als ik een vlinder naar je stuur en in je oor laat fluisteren dat je heel goed kan schrijven en je gevoel rechtstreeks de woorden kleuren, zou je het dan horen en merken..

    Ondanks dat ik je vader nooit gekend heb begrijp ik nu uit je schrijven waar je rustige kant vandaan komt.
    Sereen, intelligent, doordacht maar toch aanwezig en een geliefd persoon.

    Een periode van onvermijdelijke rouw, veel sterkte Lief.
    Ik ben er.

    Bo’tje

     
  • Jos schreef:

    STERKTE.

    Lang verhaal.
    Bleef boeien.
    Tragisch einde.

    – Jos

     
  • Robert schreef:

    Dank je wel Bo. Die vlinder heb ik al gehoord en gezien. Het is een mooie.

    Jos, ook jij bedankt voor je reactie. Het is inderdaad een heel lang verhaal, en daarom juist des te meer waardering voor het doorlezen.

    Bedankt!

     
  • Monique schreef:

    gecondoleerd.
    Een stom woord? Toch drukt het uit wat er slechts nog gezegd kan worden.
    Mooi stuk, je lezers waren een beetje bij je.

     
  • Monique schreef:

    En zonder dat je het wist gaf je me een geweldige tip! Ik ben dol op Stephen King zijn boeken en ga binnenkort een cursus verhalen schrijven volgen. Dus dit boek lijkt me super! Bedankt dus…

     
  • >