Liefde, Relaties en Communicatie - Robert van der Wolk

Liefde, Relaties en Communicatie

door Fred Traugott

Communicatie is het belangrijkste op het gebied van liefde en relaties. Als je niet kunt communiceren dan kun je wel voelen, maar wij mensen hebben geen antennes. Wij kunnen niet via een antenne vertellen wat we wel en niet willen. We kunnen ook niet via antennes vertellen wat we wel en niet hebben meegemaakt. Een jong stel dat nog nooit een relatie heeft gehad kan niet aanvoelen hoe het is, wat het is, wat ze willen; daar zullen ze voor moeten praten, en dat hebben ze nog nooit geleerd. Dat leer je niet op school, dat leer je meestal niet van huis uit, uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

En waarover ga je praten?
Nou, we willen het hebben over de relatie, maar als je pas begint weet je amper wat een relatie is, je kunt het opzoeken in het woordenboek maar dat schiet niet op. En liefde. Wat is liefde dan? En binnen die liefde, hoe communiceer je met elkaar? En hoe raak je elkaar aan? Als je iemand hebt die mooi is opgevoed, zonder problemen, dan is die anders te benaderen dan iemand die bijvoorbeeld uit een gezin komt waarbij alcoholverslaving en geweld een dagelijkse gang van zaken is, en dat maakt het verschil al. Degene die met die verslavingen te maken heeft gehad zul je toch anders moeten benaderen; die zul je toch veiligheid moeten bieden, want dat heeft hij of zij nooit gehad. Je wordt namelijk in zo’n geval continu misbruikt. Dan is dat nog geen seksueel misbruik, maar het is wel een soort misbruik: je mist veiligheid. En vanuit je ouderlijk huis hoor je veiligheid mee te krijgen.

Communicatie als veiligheidsmiddel
Dus dan moet je praten over wat er gebeurd is, en hoe je dat voelt, en waar je mee bezig bent. Vaak hebben mensen die dat hebben meegemaakt een deel van of soms zelfs hun gehele gevoelens afgesloten, dan hebben ze een muur om zich heen getrokken. Hoe kom je door die muur heen? Door veiligheid te bieden, door te laten zien dat je met aandacht er bent voor je geliefde. Je kunt er met aandacht voor iemand zijn door er in ieder geval voor jezelf te zijn, door niet te gaan halen bij de ander, maar door te weten wie je zelf bent, zelfvertrouwen te hebben, en door met volle aandacht de ander te zien. Dus ook te laten praten, veiligheid te bieden.

Iemand die nog nooit negatief is behandeld en benaderd kun je veel makkelijker vasthouden. Iemand die misbruikt is, op wat voor manier dan ook, daar moet je oppassen om de desbetreffende persoon bijvoorbeeld bij de schouders of een arm of een hand te pakken. Een hand aanraken kan al bedreigend zijn, want je weet niet hoe iemand is misbruikt, en hoe dat binnenkomt bij de ander. En dan heb ik het nog niet eens over seksueel misbruik, want dat hakt er nog dieper in. Mensen met dat soort misbruik en ervaringen moeten eerst hulp zoeken, om in een veilige omgeving te weten hoe je je veilig kunt voelen. Dat kun je door van jezelf te gaan leren houden. Dat wordt heel veel gebruikt, dat zinnetje, van jezelf leren houden, dat is heel interessant, maar dat is een proces. Je zult eerst moeten zien: wie ben ik zelf? Waar sta ik, hoe sta ik, waar ben ik goed in?

Je krijgt als kind bijvoorbeeld een heleboel complimenten, maar ook heel veel negatieve mededelingen. Helaas is de verhouding tussen negatieve en positieve 23 staat tot 1, dus je hoort 23 keer “Je mag dit niet”, “Je doet dit niet goed” of “Je doet dat niet goed”,  ten opzichte van één keer slechts “Je bent goed” of “Je bent mooi”. Dat is een schokkend cijfer.

Bij gezinnen die niet zo veilig zijn ligt de verhouding nog verder uit elkaar. Dus dan is het goed om te communiceren, om te praten, en om elkaar veiligheid te bieden door in ieder geval te vertellen dat je de ander mooi vindt, goed vindt, waardeert, dat je veiligheid wilt bieden, dat je samen iets wilt doen waar ook de ander zijn of haar plek inneemt en zijn of haar wensen kan uiten. Dat zijn dingen die we niet gewend zijn.

3 Manieren om beter te communiceren
Je kunt een mooi gesprekje krijgen door tegenover elkaar te gaan zitten op een armlengte afstand. Dat betekent dat je wel in elkaars nabijheid bent, en dat je elkaar goed kunt zien, maar dat je toch in elkaars veilige afstand bent. De bedoeling is dat je actief gaat luisteren naar de ander. De een gaat vertellen wat hij voelt, niet  “Ik voel dat ik bij jou wil zijn”; ja dat zal wel, maar dat is geen gevoel, dat lijkt alsof het een gevoel is, maar dat is een verlangen.

“Ik voel dat ik me veilig voel bij jou”, dat kan een gevoel zijn. Stel: iemand is naar de autosport geweest is, en die heeft een fijne dag gehad, die kan zeggen: “Ik heb zo’n fijn gevoel gehad gisteren bij die races in Zandvoort, en daar voel ik me helemaal gelukkig bij.” Dat geeft voor de ander aan waar de één zit. Dat hij zich gelukkig voelt, dat hij zich fijn voelt, maar ook waar de ander gelukkig van wordt, waar degene die praat gelukkig of blij van wordt.

Zo kun je natuurlijk ook vertellen dat je het fijn vindt om weer naar je werk te gaan, of dat je juist een hekel hebt aan naar je werk gaan. Als dat zo is, moet je een ander beroep kiezen, of een andere werkgever, of een andere job gaan zoeken. Maar je kunt het wel vertellen.

Degene die luistert zegt niets, helemaal niets, kijkt wel de spreker aan. Dat is het actieve luisteren. je hoeft ook niet te gaan knikken en “ach” en “oeh” en “wat mooi” te zeggen; alleen maar luisteren. Want als je reageert geef je al oordelen, en het is juist de bedoeling dat de spreker goed kan praten, vanuit zichzelf en over datgene wat hem/haar bezighoudt. Als de spreker uiteindelijk klaar is met dat gesprek, dan zegt hij/zij: “Ik ben klaar met praten, het is nu jouw beurt”.

Degene die luistert bedankt degene die heeft gesproken. Dit doe je omdat degene die gesproken heeft zijn of haar gevoelens heeft geuit naar jou, en als het goed is ook de diepste gevoelens. Daarover mag je best vereerd zijn, dat iemand die met jou heeft gedeeld. En dan kun je zeggen: “Dank je wel, dank dat je dit met me hebt willen delen”.

Degene die geluisterd heeft wordt nu de spreker, en die gaat praten over de gevoelens waar hij of zij mee zit. En gaat absoluut niet in op datgene wat hij zojuist van de ander gehoord heeft. Absoluut niet. Is er iets waar je het later nog even over wilt hebben, dan kun je dat zeggen: “Ik wil het straks nog even over iets hebben met je”, maar dat kun je naderhand doen, als je klaar bent met praten. Waarom? Omdat anders je eigen gevoelens weggaan en je gaat zitten beredeneren. Als je jouw eigen gevoelens gaat uiten moet je het over jezelf hebben, en niet over de ander, en dat is het belangrijke.

Het gaat er om dat je jezelf laat horen naar de ander toe. En als je ondersteboven bent van datgene wat de ander gezegd heeft, kun je wel zeggen: “Ik ben ondersteboven van wat jij hebt gezegd”. Als je daar dusdanig ondersteboven van bent kun je ook zeggen: “Ik wil even pauze, ik wil straks verder praten”, maar het is beter om direct jouw gevoelens te uiten.

Je gaat dan praten over waar jij mee zit, waar jij het over wilt hebben, en ook dat zijn dus weer je gevoelens. En dat kan iets zijn dat je hebt meegemaakt, waar je blij van bent geworden, of bedroefd, of waar je over zit na te denken. Het kan zijn dat je het wilt hebben over je relatie, “Ik vind het zo fijn om met jou dingen te doen, ik zou wel met je willen samenwonen, maar ik weet niet echt hoe dat moet”, of “Ik ga op zoek naar een woning voor ons”, zoiets.

Men schaamt zich om te vertellen dat men uit een gezin komt waar geen veiligheid werd geboden. Vroeger schaamde je je daarvoor en werd er niet over verteld. Tegenwoordig ligt dat veel meer open, tegenwoordig wordt het geaccepteerd als je vertelt dat er iets aan de hand is. Als er bijvoorbeeld seksueel misbruik is geweest dan kun je daar over praten, vroeger werd dat ontkend. “Dat is niet zo, je oom heeft je nooit misbruikt!” of “Je tante heeft nooit aan je gezeten!” of “die priesters helemaal niet, want priesters zijn heilig” – die waren bijna onschendbaar, dat werd ontkend omdat zelfs de omgeving zich schaamde voor datgene wat er gebeurd is. En dan heb ik het over enige tientallen jaren geleden. Tegenwoordig is dat veel meer in de openbaarheid gekomen, bijvoorbeeld de Rooms Katholieke kerk die staat flink bekend als een organisatie waar veel misbruik is geweest. Misbruik binnen families, binnen familiekringen of wat dan ook, daar kun je ook makkelijker over praten dan vroeger. Dus je kunt tegenwoordig makkelijker, als je iemand vertrouwt, vertellen wat er aan de hand is geweest.

Kaarsje
Er is nog een variant op mijn eerste voorbeeld: je gaat tegenover elkaar zitten op armlengte afstand, en je kijkt elkaar recht aan. Heb je daar moeite mee dan kun je iets anders gebruiken, bijvoorbeeld in een stoel zitten met een tafeltje er tussen, maar niet op al te grote afstand. Je kunt dan een kaarsje op tafel zetten. Een waxinelichtje in een houdertje of iets dergelijks. Je steekt dat kaarsje aan en dat staat in het midden van de tafel. Degene die gaat praten schuift dat kaarsje naar zich toe, en gaat vertellen naar het kaarsje, naar het vuur. Degene die luistert kijkt ook naar het vuur. Je bent toch verbonden door het vuur, maar je voelt je wat minder bezwaard doordat je de ander niet in de ogen hoeft te kijken. Je deelt het toch. Dit is een manier om mensen moeilijke dingen te kunnen laten vertellen.

Het einde van deze manier van communiceren is dat je het kaarsje weer terug naar het midden van de tafel schuift. Je schuift het niet naar de andere persoon toe, je blijft helemaal bij jezelf. Vervolgens kun je de ander aankijken en kun je zeggen “Dank je wel dat je dit met mij hebt willen delen”.

Je vertelt datgene wat jij op dat moment kwijt wilt, je legt jezelf helemaal bloot, alsof je niets meer aanhebt. Je kunt nadat je zelf ook wat hebt gezegd, eventueel, of als je klaar bent een paar minuten wachten en dan zeggen: “Joh, ik wil daar graag met je over praten, kan dat?”. Meestal zal de ander daar toestemming voor geven, om dan erover te praten, omdat het hoge woord er uit is, de diepe schaamte is (grotendeels) weg, en er is een opening. Het kan echter nog steeds zo zijn dat er een dusdanige schaamte is, dusdanige gevoelens, dat de ander daar nog niet over wil of kan praten.

Als je me goed zou kennen…
De derde manier van communiceren is de vraag stellen: “Als je me goed zou kennen, dan zou je weten dat….” Dan kun je dingen vertellen over jezelf, en die vraag herhaal je een paar keer, met verschillende dingen. Een voorbeeld, en ik houd het even in het positieve: “Als je me goed zou kennen, dan zou je weten dat ik autosport een heerlijke sport vind”. “Als je me goed zou kennen, dan zou je weten dat ik gespecialiseerd ben in seksualiteit, relaties, liefde en intimiteit.” “Als je me goed zou kennen, dan zou je weten dat mijn ouders gescheiden zijn, dat mijn ouders beide niet meer leven.” Enfin, je snapt hem.

Dit zijn dus drie methoden, eentje is recht tegenover elkaar zitten op armlengte afstand, elkaar recht in de ogen kijken, eentje is via een kaarsje praten, en de derde is: “Als je me goed zou kennen, dan zou je weten dat…”.

Ja, waarom ga je communiceren, waarom zou je communiceren? Om de ander te leren kennen. We hebben het over liefde, intimiteit, seksualiteit en relaties, daarbinnen is het belangrijk om de ander te kennen. Stel ik wil met iemand een relatie hebben, dan wil ik wel graag weten wie die ander is, waar je zit, waar je staat, hoe je er in staat, wat de gevoelens zijn van de ander.

Als de ander mooie blauwe ogen heeft, of prachtige donkerbruine haren, dan is dat mooi, en daardoor kun je je aangetrokken voelen, maar dat zegt niets over de persoon. En vandaar dat het belangrijk is om te communiceren met elkaar.

Fred Traugott werkt als trainer met thema’s als seksualiteit, intimiteit en energie in zijn organisatie Centrum Voor Levenslust. Voor meer informatie kun je contact opnemen met hem via www.CentrumVoorLevenslust.nl

Je mening telt
Deel dit artikel
Robert
 

Robert van der Wolk is internationaal spreker, trainer en life-coach. Met diverse boeken, eBooks en honderden artikels helpt hij mensen met een fysieke uitdaging om een onbegrensd leven te creëren. Met een lange geschiedenis aan fysieke beperkingen, waaronder Diabetes, nierfalen en extreme slechtziendheid weet Robert als geen ander hoe het is om met een fysieke uitdfaging te leven, waar grenzen verlegd kunnen worden en welke tools er nodig zijn om toch in een ultieme vrijheid te leven.

>